Wederopbouw van Syrië

Nu plannen:de toekomst voor de inwoners van Syrië!

Ash-Sham CARE wil haar deel bijdragen aan het proces van Wederopbouw in Syrië

Het einde van het conflict in Syrië lijkt een begrip dat nog heel ver weg ligt, maar het is ongelooflijk belangrijk om nu al te beginnen met het plannen van de toekomst voor de inwoners van Syrië. Het is tijd om grondig na te denken over het nemen van een deel van de leiding in het wederopbouw-proces. Wat er ook nog in de naaste toekomst zal gebeuren, het is nú belangrijk om te onderzoeken hoe we met internationale inspanningen de wederopbouw
van Syrië kunnen ondersteunen als de politieke situatie in het land gestabiliseerd is. Dit is niet vroegtijdig. Integendeel, in het voren plannen is noodzakelijk. Het is om het even wanneer deze stabilisatie plaats zal vinden en het zal hoe dan ook enorm veel moeite en inspanning vragen om weer een normale toestand in Syrië tot stand te brengen. De menselijke en materiële verwoesting is ontstellend. Honderdduizenden kinderen en volwassenen zijn gewond en lijden ook onder diepe psychologische verwondingen (dode broers en zussen, verweesde kinderen, verkrachting en geweld). Families en gezinnen zijn
uit elkaar gerukt. Openbare en particuliere gebouwen zijn verwoest in het gehele land, dat vervuild is met ongebruikte ammunitie en artillerie wat een enorm gevaar voor terugkerende burgers oplevert. Er wordt misschien minder strikte controle uitgeoefend op de voorraad chemische wapens, de economie ligt volledig overhoop en de bestuursstructuur staat op het punt om in volledig elkaar te storten.

Vijf stappen om mee te helpen aan het herstel van Syrië

Er is een gevorkte strategie nodig om alle hindernissen te overwinnen en het ‘Syrië van na de strijd’ op het pad van herstel te zetten. Ash-Sham CARE wil bij deze inspanningen een centrale rol spelen.

  1. Als eerste moet de focus van de internationale gemeenschap liggen op de humanitaire factoren van de crisis: het helpen verenigen van terugkerende burgers met hun familie, onderdak verlenen aan degenen wiens huizen vernietigd zijn, degenen die het meest in nood zijn voorzien van enorme hoeveelheden basale benodigdheden als matrassen, dekens, kookstellen en voedsel, en helpen om hun huizen te reparen en opnieuw op te bouwen. Gespecialiseerde internationale instanties en NGO’s moeten, naast de nationale NGO’s, in beweging gezet worden.
  2. Als tweede gaat de aandacht naar het gezondheidsstelsel en het onderwijs. Ziekenhuizen, klinieken en scholen hebben uitrusting en personeel nodig en ondersteuning om te helpen in het proces van wederopbouw. De meeste gewonden zijn heel basaal behandeld en velen van hen hebben een nieuwe operatie nodig, protheses en revalidatie. De behoefte aan psychologische hulp is ook immens groot, niet in de laatste plaats voor kinderen. Ook hier moeten gespecialiseerde internationale NGO’s betrokken worden naast de Syrische artsen en medici die onder afschuwelijke omstandigheden hebben doorgewerkt.
  3. Als derde moet de vernielde infrastructuur van het land worden hersteld. Wegen, afvalverwerking en riolering, energievoorzieningen, telecommunicatie en watervoorzieningen zijn verwoest. Bovendien moet er tal van militaire ammunitie en kapotte voertuigen van burgers worden geruimd. Niet in de laatste plaats moeten voorraden aan chemische wapens in veiligheid gebracht worden en onder internationale toestemming en supervisie worden vernietigd. Hier zal waarschijnlijk een combinatie van militaire en burgerlijke expertise nodig zijn.
  4. Het vierde aspect is het opnieuw opstarten van de Syrische economie en het herstellen van landbouw, industrie en handel. Juiste stimulans en zelfhulp-schema’s moeten worden opgestart en eerlijke en rechtvaardige toegang tot fondsen moet worden zekergesteld.
  5. Het vijfde punt betreft de regering en is waarschijnlijk het moeilijkste punt van deze gevorkte strategie. De focus moet liggen op het helpen van locale en nationale besturen om het management van openbare voorzieningen te reorganiseren en te hervatten. Het opnieuw inzetten van rijksambtenaren en het leger in de samenleving is een netelige aangelegenheid. Hoog op de agenda moeten staan: het recht om burgers te registeren (oftewel om de doden te tellen), overgangsregelingen om gerechtigheid te verkrijgen, herstel van publieke voorzieningen en het bestrijden van corruptie.

Moeilijke weg met gevaren en problemen

Niets hiervan zal gemakkelijk zijn. Dat laten vroegere ervaringen al zien. De VN zal waarschijnlijk de leiding nemen, experts zullen evaluaties en diagnoses opeenstapelen. NGO’s zullen wedijveren om zich te laten zien en afzonderlijke landen zullen hun gezag willen tonen. De nieuwe Syrische regering, hoe die ook opgebouwd zal zijn, zal voor een deel moeten vertrouwen op de structuur van het vroegere regime dat nu grotendeels gewantrouwd wordt. Natuurlijk zullen de verschillende partijen van de Syrische Nationale Coalitie (SNC), niet in het minst de bevelhebbers van het Vrij Syrische Leger (Free Syrian Army), vechten om hun deel in de verantwoordelijkheid in het proces van de wederopbouw van Syrië. Ideologische strijd zal vlak aan de oppervlakte liggen. De weg zal geplaveid zijn met gevaren. Het is te vroeg om onder ogen te zien met behulp van welk internationaal plan en in welk internationaal kader zulke enorme inspanningen gepland kunnen worden, hoe het zover kan komen dat er overeenstemming ontstaat, waar de fondsen vandaan komen, hoe alles ten uitvoer gebracht kan worden en wie de supervisie heeft. Maar er zal een soort overeenstemming met de nieuwe autoriteiten moeten komen, ondersteund en bevorderd door de VN, zodat de Syrische bevolking en de internationale gemeenschap deze ten volle accepteert. Afzonderlijke Arabische staten zoals Qatar en Saoedi-Arabië zouden wellicht een belangrijke financiële rol willen spelen, terwijl internationale instituten als de Wereldbank natuurlijk ook een centrale rol zullen krijgen. De Europese Unie is de onbekende factor. De EU is tot nu toe in elke fase van de kernonderhandelingen gedurende de Syrische crisis opvallend afwezig geweest. Het gebrek aan invloed van de EU op de politieke aspecten van de Syrische crisis is niet verwonderlijk gelet op de manier waarop het Verdrag van Lissabon vertaald wordt naar de afspraken tussen verschillende instituten. Verantwoordelijkheden van de ‘buitenlandse politiek’ zijn gescheiden van de ‘operationele’ kwesties, en er bestaat geen effectieve link tussen de Europese dienst voor extern optreden (EEAS), de afdeling buitenlandse politiek van de EU en de Europese Commissie, het uitvoerend orgaan.

 

 

Er is geen excuus voor het niets-doen

In deze nieuwe context heeft de EU het moeilijk. Ze moet haar positie in de buitenlandse politiek combineren met concrete daden in de praktijk en daarover relevante beslissingen nemen. Maar het helpen aan de wederopbouw van Syrië is iets anders dan over de deugden van het Verdrag van Lissabon discussiëren. Het gaat over concreet handelen in het belang van wanhopige Syrische burgers. Syrië heeft meer nodig dan weer een nieuw standpunt van de EU t.o.v. het buitenland dat dan prompt wordt uitgevoerd. De Europese Unie moet handelen op een manier die recht doet aan haar economische kracht en internationale verantwoordelijkheden en moet een plan ontwikkelen voor het Syrië na de oorlog. De Europese Commissie zou dit alles moeten aanvoeren. De wederopbouw van Syrië na het einde van de strijd is een operationele kwestie die zeer geschikt is voor dit orgaan, dat zowel over het geld beschikt als ook over de technische kennis voor humanitaire hulp, ontwikkelingshulp, handel en economisch beleid, en ondersteuning aan bedrijfstakken. In deze tijd is er geen excuus om niet te handelen, niet eens het excuus van gebrek aan kapitaal. In het uitdenken van concrete hulp aan Syrië echter, moet de Commissie haar gebruikelijke neiging om hulp voor het grootste deel via overheidsstructuren te kanaliseren vermijden. In de ‘post-Assad’ context zal dit niet werken en resulteren in weggegooid geld. De burgermaatschappij moet de leiding nemen, zowel in als buiten Syrië. Er zijn veel NGO’s die én kennis op dit gebied hebben én de bereidheid. De EU moet op hen vertrouwen in plaats van op een onlangs geïnstalleerde regering of op constructies als de ‘nep’ NGO’s van het oude regime die nu gewantrouwd worden. Er is tijdens de Syrische Revolutie een grote kracht tevoorschijn gekomen: het verbazingwekkende vermogen van de Syriërs, van alle geloven en overtuigingen, om verantwoordelijkheid te nemen en om zich praktisch alleen weten te redden in de strijd van het dagelijks leven in een verwoest Syrië. Zulke prestaties moeten we niet negeren. Integendeel, we moeten ze erkennen. En wat werkt moet van buitenaf ondersteund worden. Ash-Sham CARE is bereid de leiding te nemen in de coördinatie van het wederopbouwproces of wil ten minste een serieuze en onafhankelijke partner van regeringen worden.

 

 

Marc Pierini's vijf stappen om Syrië weer op te bouwen

*1) De “vijf stappen die de EU kan nemen om bij de wederopbouw van Syrië te helpen” werden in 2013 vastgesteld door Marc Pierini en gepubliceerd door het Europese Centrum van “Carnegie Endowment for International Peace”. Pierini was EU diplomaat van december 1976 tot april 2012. Hij was EU-ambassadeur en het hoofd van de delegatie naar Turkije (2006 – 2011). Tevens was hij EU- ambassadeur in Tunesië en Libië (2002 – 2006), Syrië (1998-2002) en Marokko (1991 – 1995). Hij was de eerste coördinator van EUROMED (Euro-Mediterraan Partnerschap), of het Proces van Barcelona, van 1995 tot 1998. Hij was ook de voornaamste onderhandelaar in het proces van vrijlating van Bulgaarse gijzelaars in Libië van 2004 tot 2007. Pierini was adviseur in het kabinet van de Europese Commisarissen Claude Cheysso (1979 tot 1981) en Abel Matutes (1989 tot 1991). Ook heeft hij twee essays in het Frans gepubliceerd: ‘Le prix de la liberté’ en ‘Télégrammes diplomatiques’. Hij is momenteel ook staflid (fellow) van de Open Society Foundation, Turkije.

Click on the Button and help now!!